
(Vóór we beginnen: je gaat deze tekst helemaal lezen. Wedden?)
Goed, commerciële tekst. Daar hadden we het over. En ik heb tips.
Vorige keer (en dat is behoorlijk vorig), schreef ik al over het fundament. Dat je gewoon moet beginnen. Geen gelul over inspiratie. Zitten en rammen. Typen en typen en typen. Niet nadenken over stijl en ritme; heb je alleen maar last van. Gewoon keihard zoveel mogelijk zinnen knetsen.
Even laten rusten, zei ik toen nog. Even laten liggen. Dan herlezen. Nog wat typen. Beetje schuiven en gummen. Stevig stukje puzzelen. De crap wegsnijden. En dan, zo beloofde ik, kwam het mooiste gedeelte van (commercieel) schrijven:
Het afronden van je tekst.
We gaan ervan uit dat je tekst inhoudelijk klopt. Uiteraard. Schreef je bijvoorbeeld over roestvrijstalen schommels voor dierentuinen, dan is elk boutje verantwoord behandeld. Had je het over antischimmelpoeder voor hobbychampignons, dan sprak je de juiste taal. Het moet namelijk wel kloppen. Want dat is de grap: als de inhoud oké en volkomen verdedigbaar is, heb je vervolgens het recht om een beetje te freaken. Verantwoord freaken, uiteraard. Niet helemaal loos gaan. Daar huurt niemand je voor in.
Het fijnslijpen, dus.
Fijnslijpen is –volgens mij– vergelijkbaar met het eindproces van beeldhouwen. Er staat een klont met vrij duidelijke trekken, en daar ga je dat kleine beiteltje in zetten. Je kunt nu éindelijk gaan mierenneuken (de tips komen zo). Eindelijk. Tijd voor je persoonlijke magie.
Bij het afmaken of –ronden van je tekst, leg je het pad aan waarover de lezer comfortabel naar het eind kan lopen. Je haalt omgevallen bomen weg, stampt de aarde aan, legt keurig wat tegels, zorgt voor bewegwijzering en plaatst hier en daar een verrassend fonteintje met fris water. Tekst met ingebouwde gids, zeg maar. En dat is geweldig om te doen.
Lekker pielen.
Waarom vind ik dat fijnslijpen nou zo leuk? Dat zal ik je even uitleggen. Als die afrondende fase is aangebroken, namelijk, zit het belangrijkste, het meest tijdrovende én het lastigste gedeelte er op. Je kunt je nu gaan verliezen in de details. Extra puntje hier, grappig kort zinnetje daar. Als een begenadigd visagist ben je bezig je ruwe, lompe tekst een superaantrekkelijk uiterlijk te geven. Dit is het moment om echt óp te gaan in wat je hebt geschreven, en ervoor te zorgen dat dat van begin tot eind lekker smaakt. Daar heb ik wat tips voor.
(Zelf vind ik teksten die lezen als verhalen trouwens het mooiste. Teksten die dus niet zomaar teksten zijn, maar een hartstochtelijk relaas van de afzender. Krokante betogen, die je geheel vanzelfsprekend van zin naar zin laten springen. En dat is trouwens ook zo’n typisch fijnslijpding: de vaart erin houden.)
Een prettige tekst is een organisch abc’tje. Je begint, leest door, en stopt uiteindelijk –verbaasd– omdat het op is. Huh? Zo moet het zijn. Fijnslijpen is veel aandacht besteden aan de kleine dingetjes. Bruggetjes. Rustpunten. Een ? hier, of een drietal goedgeplaatste ... daar. Minimaal, dat wel, maar met maximaal resultaat.
In die laatste fase van het schrijven breng je een ragfijn maar dwingend spoor aan in je tekst. Van de allereerste hoofdletter tot de laatste punt. Het is jouw verantwoordelijkheid, jouw taak, om dat voor mekaar te krijgen. En...
Schiet nou eens op met die tips!
Oké. Je hebt braaf naar me geluisterd. Maar nu wil je die onmiskenbare, keiharde, Gouden Tips! Toch?!
Hier komen ze dan. Mijn tips (er zitten ook wat algemene bij, trouwens). Doe er wat mee als je er wat mee kunt, maar ga er zéker niet al te rigide mee om. Het zijn namelijk geen regels. Of, god verhoede het, wetten. Het is meer een opsomming van trucjes en geintjes die ik door de jaren heen heb geleerd, en zelf vaak toepas.
Mensen betalen in de regel graag voor mijn geschrijf, dus het zal wel degelijk ergens op slaan. Gaan we dan:
- Gebruik geen moeilijke, stoffige, afstandelijke woorden of uitdrukkingen of begrippen (simpelweg omdat je ze ként), als er ook mákkelijke varianten en synoniemen in omloop zijn. En dat is bijna altijd zo.
- Maak geen ellenlange zinnen als je ze ook in kortere kunt opdelen. Dat geldt overigens ook voor...
- Alinea’s. Probeer die bovendien zoveel mogelijk een kop en een staart te geven. En maak gebruik van die staart bij het begin van een volgende alinea. De lezer springt dan van stukje naar stukje, zonder het eigenlijk door te hebben. Da's precíes wat we willen.
- Maak gebruik van tussenkopjes. Of, zo je wilt, tussenzinnetjes. Voor mensen die je tekst eerst argwanend scannen is dat vaak een extra duwtje in de rug. Zorg dat de kopjes slaan op wat volgt, maar gooi er gerust een gekke twist in. Beetje humor mag best. Af en toe.
- Zoek naar een ritme in (stukken van) je tekst. Als de lezer dat ritme eenmaal heeft gevonden, leest hij vanzelf door.
- Laat af en toe blijken dat je wéét dat de lezer er is. Betrek hem bij je tekst door ineens een vraag te stellen. Dat vind je zelf toch ook prettig?
- Wat ook lekker werkt, is een relatief lange zin die wat inspanning vergt laten volgen door een heel korte. Zoiets, dus. Dat maakt je teksten wat vriendelijker.
- Zwenk af en toe geheel onverwacht een vreemde kant uit. En kom dan direct met een keiharde ruk aan het stuur weer terug. Zo houd je de lezer bij de les.
- Herhaal belangrijke dingen. Breng ze opnieuw naar voren. Laat ze nógmaals de revue passeren. Gooi ze in de rebound. Stip ze andermaal aan maar gebruik andere woorden.
- Geef de lezer het gevoel dat je tegen ’m praat, dat je ’m in z’n waarde laat. Als-ie denkt dat je naar hem luistert ben je helemáál goed bezig. Een betweterige monoloog die ból staat van de geslaagde vondsten, is alleen maar bloedirritant.
- Probeer te verkopen... zónder de verkoper uit te hangen. Laat de lezer juist zélf tot de conclusie komen dat hij echt niet zonder jouw product kan. Wat dat dan ook moge zijn.
- Zeg nooit dat bepaalde dingen, eh, Zijn. Zeg dat ze kúnnen zijn. Dat dat heel goed mogelijk is. En hoogst waarschijnlijk, vooral. Maar het is natuurlijk de bedoeling dat je lezer de eindconclusie trekt. Hou jij het vooral bij netjes duwen.
- Lees je tekst regelmatig hardop voor. Aan jezelf. Echt, dat werkt.
- Jat van andere schrijvers. Ja, heus. Jat, en mix de vondsten die je aanspreken met je eigen stijl. Het creëren van je persoonlijke handtekening is kansloos zonder te snuffelen aan de mogelijkheden. Ga op zoek naar de invloedrijke schrijvers.
Conclusie?
Fijnslijpen is het leukste onderdeel van schrijven. Vind ik. Met afstand. Want pas dán komt je tekst echt tot leven. Heb er vooral plezier in. Dat is de grootste beloning. Want voor het geld kun je beter in een donker park gaan staan.
© NAAR VOREN » 10 februari 2004 » Nr.74 » http://www.naarvoren.nl/artikel/afmaken.html


