» direct naar zoek en menu

Tijdschrift voor webwerkers » Artikel #134

Kroniek van de Webrichtlijnen - kwaliteitsmodel voor websites

Webrichtlijnen: raar eigenlijk dat het woord een paar jaar geleden niet eens bestond; een zoekopdracht in Google leverde in oktober 2004 precies 0 hits op. Maar er is sindsdien een heleboel veranderd.

Voor wie nog niet bekend is met de term: de naam Webrichtlijnen staat voor een kwaliteitsmodel voor websites, gebaseerd op formele webspecificaties als HTML, CSS, DOM en ECMAscript — ofwel gestandaardiseerd JavaScript — aangevuld met de toegankelijkheidsrichtlijnen van het World Wide Web Consortium (W3C). Ze zijn ontwikkeld om het opdrachtgeverschap van overheidsorganisaties te versterken. De rol van de Webrichtlijnen is daarbij die van referentie.

De geschiedenis van de Webrichtlijnen gaat weliswaar maar drie jaar terug, maar er is toch al het nodige over te vertellen. En voor wie bij het lezen van de afkortingen in de vorige alinea een beetje begon te vrezen voor een technisch verhaal: wees gerust. Dit artikel gaat vooral over waarom er Webrichtlijnen zijn en niet zozeer hoe ze precies in elkaar zitten. Wie daarin geïnteresseerd is kan de website www.webrichtlijnen.nl bezoeken en daar zijn hart ophalen.

Digitale kloof

Maar laten we bij het begin beginnen: waarom zijn de Webrichtlijnen eigenlijk ontwikkeld? Dat heeft te maken met een kabinetsplan uit december 2003 met de naam ‘Andere Overheid’.

Kern van dat plan: de overheid moet transparanter, toegankelijker, effectiever en efficiënter worden en bovendien is de overheid er voor iedereen. Dat laatste lijkt een open deur, maar op het web is dat allerminst het geval. Wie geen PC gebruikt die is uitgerust met Internet Explorer, groot beeldscherm, toetsenbord en muis zal dat kunnen beamen. Gebruikers van andere browsers dan IE, andere besturingssystemen, andere typen apparaten of hulpapparatuur kunnen dat ook beamen; lang niet alle sites zien er dan nog gelikt uit, werken probleemloos en zijn soms zelfs compleet ontoegankelijk.

Er is dus sprake van een digitale kloof. Die kloof is soms overbrugbaar door bijvoorbeeld een andere browser te kiezen, maar vaak ook niet. En dat kan lastig zijn, omdat de informatie of dienst die je nodig hebt nou net alleen maar op die ene overheidssite wordt aangeboden.

Ook de Europese Unie vindt het belangrijk dat iedereen kan profiteren van de voordelen die ICT ons kan bieden. Om die reden is het einclusion project gestart. Het is voor Europa een project dat gaat over uiteenlopende onderwerpen, zoals beschikbaarheid van breedband internet in heel Europa, bewaren van culturele diversiteit met behulp van ICT, en domotica. Domotica, een samentrekking van de woorden domus (woning) en telematica, heeft als doel om door middel van ICT wonen comfortabeler te maken en is ondermeer bedoeld om ouderen langer zelfstandig te laten wonen in ‘smart homes’. Met een vergrijzende bevolking kan zo’n aanpak voorkomen dat de kosten voor ouderenzorg de pan uitrijzen.

Maar genoeg over breedband, cultuur en ouderen: dit artikel gaat immers over websites. eInclusion heeft ook als doel dat wordt voorkomen dat op het internet een digitale kloof ontstaat. Concreet houdt het in dat het internet toegankelijk moet zijn voor iedereen, ongeacht de gebruikte browser, type computer, hulpmiddelen of handicap. Daarom hebben de ministers van de lidstaten besloten dat alle overheidswebsites in heel Europa in 2010 aan een aantal toegankelijkheidseisen moeten voldoen. Dat besluit werd in juni 2006 genomen tijdens een eInclusion conferentie in Riga, Letland. Uit onderzoeken die regelmatig in heel Europa worden uitgevoerd blijkt doorgaans dat hooguit een paar procent van de onderzochte sites voldoet aan de minimale eisen met betrekking tot toegankelijkheid. En dat juiste toepassing van standaarden bijna net zo zeldzaam is. Er gaapt dus een enorme kloof tussen de huidige situatie en de gewenste situatie in 2010.

Dat er zo weinig toegankelijke websites zijn is een intrigerend gegeven: weliswaar wordt voortdurend het beeld opgeroepen dat de ontwikkelingen met betrekking tot internet zo razendsnel gaan, maar we hebben hier te maken met specificaties die stuk voor stuk dateren van de tweede helft van de jaren negentig. Je zou dus denken dat we inmiddels wel in staat zijn om ze juist toe te passen. Maar dat blijkt eerder uitzondering dan regel te zijn.

Een belangrijke oorzaak daarvan ligt ook in het einde van de jaren negentig: de browseroorlog tussen Microsoft en Netscape. In de haast elkaar te overtreffen hadden de versies vier van beide browsers flinke tekortkomingen als het gaat om correcte implementatie van de webstandaarden, in het bijzonder van CSS. Vaak zag een site er in de ene browser wel goed uit en in de andere (dus) niet. En als je de standaarden volgde dan was één ding zeker: dan leverde het problemen op in beide browsers. Het bedenken van creatieve oplossingen voor de browserperikelen werd een populaire — en noodzakelijke — bezigheid.

De best practice die uit deze hack cultuur is ontstaan is voor menig ervaren webontwikkelaar die de oorlog heeft meegemaakt nog steeds de norm. “Dit is het beste wat er mogelijk is, want het is het resultaat van jarenlange verfijning”. Maar websites zijn door die aanpak onnodig complex en omvangrijk geworden, zijn beperkt (her)bruikbaar, weinig robuust en matig toegankelijk.

De kwaliteit van browsers is inmiddels echter behoorlijk vooruit gegaan, waardoor de noodzaak tot hacken voor een belangrijk deel overbodig is geworden. Met andere woorden: de aanpak wordt inmiddels als achterhaald beschouwd.

Standards compliance

Ruim vier jaar geleden kregen de standaardista's eindelijk voet aan de grond: het bleek wel degelijk mogelijk om visueel aantrekkelijke websites te maken die overeind bleven in diverse browsers, die wel voldeden aan de webstandaarden en die nog toegankelijk waren bovendien. Een van de meest bekende voorbeelden is van de hand van Douglas Bowman, die eind 2002 de website van het internettijdschift Wired onder handen nam.

Een van de andere smaakmakers was een webbouwer uit ons eigen Leeuwarden. Webstandaardenevangelist Jeffrey Zeldman schreef er over op 17 januari 2003:

Dutch treat

We were going to write about Cinnamon Interactive’s subtle design sensibility, well-implemented access enhancements, and Meyeresque way with CSS, but 50,000 bloggers beat us to it. Good design and good markup are too rarely found on the same site. One day that may change. In their modest way, sites like Cinnamon Interactive help bring that day closer.

Voldoen aan webstandaarden — standards compliance op z’n Engels — is een mooie manier om te tonen dat je je vak verstaat, maar het heeft een voordeel dat misschien nog belangrijker is: je maakt er de bouwkwaliteit van een website meetbaar mee. Tot dan toe moest je, als je een website liet maken, de bouwer op zijn woord geloven dat het goed was. En dan was het goed, totdat het tegendeel bleek. Om eventuele problemen voor te zijn verschenen er mededelingen op websites als “deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 5.x en hoger en een resolutie van 1024 bij 768 pixels”. En de klant dacht dat het zo hoorde…

Het gevolg: een zoekopdracht naar "geoptimaliseerd voor Internet Explorer" (inclusief de aanhalingstekens) levert in Google vandaag de dag bijna 300.000 hits op! Maar dit soort disclaimers lost het probleem niet op. Het is alleen maar een ontkenning van het feit dat het internet een ecosysteem is met een grote diversiteit, en géén monocultuur.

Met websites als die van Cinnamon werd bewezen dat standards compliance en esthetiek heel goed kunnen samengaan. Dat was een belangrijke doorbraak. De standards compliance geeft opdrachtgevers namelijk een belangrijk middel in handen om hun opdrachtgeverschap beter in te vullen.

Een opdrachtgever en -nemer kunnen dan immers afspreken dat een te ontwikkelen website aan bepaalde technische eisen moet voldoen. En achteraf kun je controleren of de afspraak is nagekomen. Dat maakt de kans een stuk groter dat je als opdrachtgever krijgt waar je om gevraagd hebt. Ook voor opdrachtnemers zijn dergelijke duidelijke afspraken wel zo prettig. Nog afgezien van de erkenning van het vakmanschap natuurlijk.

Kwaliteitsmodel

Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was opdrachtgeverschap begin 2004 een belangrijke reden om opdracht te geven tot de ontwikkeling van een kwaliteitsmodel voor overheidswebsites. Er waren immers ambitieuze doelen geformuleerd in het plan 'Andere Overheid' en die mochten niet in gevaar komen door problemen met de kwaliteit — waaronder de toegankelijkheid — van de websites van de overheid. Het programmabureau Advies Overheid.nl kreeg de opdracht om het te gaan regelen. Daarbij werd de hulp ingeroepen van TNO voor de theoretische basis en van Cinnamon Interactive. Inderdaad: de webbouwer uit ons eigen Leeuwarden! De nieuwe site van het ministerie van VWS, die in januari 2004 live was gegaan, werd als case study gebruikt. Die site was namelijk volgens de nieuwste inzichten gebouwd. VWS had zijn inspiratie ondermeer opgedaan tijdens een internetconferentie in Londen in de zomer van 2003.

De eerste versie van het eindproduct, waarvoor inmiddels de naam Webrichtlijnen was bedacht, verscheen in oktober 2004. Duurzaamheid en toegankelijkheid werden geborgd door middel van een gelaagde bouwwijze, strikte scheiding van vorm en inhoud, geen afhankelijkheid van 'optionele technologie' en correcte toepassing van open webstandaarden.

Een model is op zichzelf nuttig, maar daarmee is het plaatje nog lang niet compleet. Dus werd in 2005 begonnen met de ontwikkeling van een instrument voor automatische toetsing, onderzocht wat de mogelijkheden zijn van opleiding en training voor inkopers en webontwikkelaars en werd begonnen met de doorontwikkeling. Het instrument, de Webrichtlijnentoets, wordt sinds september 2005 gebruikt om een beeld te krijgen van de toegankelijkheid en bouwkwaliteit van zo'n 800 overheidswebsites. In 2005 werd ook het Waarmerk drempelvrij.nl geïntroduceerd; een regeling voor de (handmatige) toetsing van websites op toegankelijkheid. De waarmerkregeling is gebaseerd op de minimumset van de W3C toegankelijkheidsrichtlijnen: de WCAG 1.0 prioriteit 1 ijkpunten. Die set maakt ook deel uit van de Webrichtlijnen. Het Waarmerk drempelvrij.nl, een toetsingsnorm, past dus vrijwel naadloos op de Webrichtlijnen, wat een kwaliteitsmodel is.

In 2006 werd het pas echt druk: De gezamenlijke ministeries ontwikkelden een Stijlgids. Het doel: een gemeenschappelijke basis creëren voor corporate websites van de ministeries. De Webrichtlijnen vormen een van de pijlers van de Stijlgids. In de loop van 2006 stapten negen van de dertien ministeries over op een nieuwe website op basis van deze Stijlgids. De overige volgen in 2007.

Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites

In april 2006 uitte de Tweede Kamer haar bezorgdheid over de slechte toegankelijkheid van de meeste overheidswebsites. Uiteindelijk werd door de Kamerleden Aasted-Madsen (CDA) en Fierens (PvdA) een motie ingediend, waarin het kabinet werd opgeroepen haast te maken met verbetering. De motie vormde de aanleiding voor het Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites eind juni 2006, een kabinetsbesluit dat volledig is gebaseerd op de Webrichtlijnen en die er toe moet leiden dat alle websites van de rijksoverheid eind 2010 aan de Webrichtlijnen voldoen. De Webrichtlijnentoets is het instrument waarmee wordt gecontroleerd of aan het besluit is voldaan.

De motie en het besluit vormden de aanleiding om een sterke verbinding te maken tussen het Waarmerk drempelvrij.nl en de Webrichtlijnen. In de laatste versie van het toetsinstrument kunnen de resultaten van een handmatig Waarmerk drempelvrij.nl onderzoek worden geïntegreerd.

Van de Webrichtlijnentoets bestaan inmiddels drie varianten:

  1. een publieke versie waarmee 1 tot 10 pagina’s kunnen worden getoetst,
  2. een versie waarmee honderden websites worden onderzocht en waarvan de resultaten worden gebruikt in een benchmarkonderzoek, de Overheid.nl Monitor en
  3. een versie die bedoeld is om de voortgang van het Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites te monitoren.

Web compliance management

Alle maatregelen bij elkaar vormen inmiddels een heus raamwerk. Een raamwerk dat steeds betere ondersteuning biedt bij de ontwikkeling van websites die aan uiteenlopende eisen voldoen. Want ook buiten de Webrichtlijnen zijn er nog tal van eisen waaraan websites in toenemende mate moeten voldoen. En dat is een logische ontwikkeling richting een meer volwassen bedrijfstak: het belang van internet neemt immers nog steeds toe.

Web compliance management begint een serieuze tak van sport te worden. Daarbij wordt in het proces van webpublicatie al geborgd dat het eindproduct voldoet aan alle eisen die er aan gesteld worden. Niet alleen door alleen het achteraf te meten, maar door bij elke processtap vast te stellen of aan kwaliteitseisen wordt voldaan. Drie belangrijke producten op deze markt zijn de RedDot Web Compliance Manager, IBM Rational Policy Tester en HiSoftware Compliance Sheriff. Eerstgenoemde is gebaseerd op Imergo van het Duitse Fraunhofer Insitituut.

Samen met de juiste organisatorische maatregelen kunnen dit soort tools er voor zorgen dat een complexe website niet alleen bij oplevering aan hoge kwaliteitseisen voldoet, maar ook als de beheerfase is aangebroken. Want een doel bereiken is één ding, het resultaat consolideren is de uitdaging die daarop volgt.

Auteur

Raph de Rooij

is vanaf het prille begin betrokken bij de Webrichtlijnen en bij projecten als Drempels Weg, het Waarmerk drempelvrij.nl en de interdepartementale Stijlgids. Daarnaast houdt Raph van digitaal tuinieren, getuige zijn ‘Webrichtlijnenproeftuin’. Andere tuintjes, zoals www.eengoeddoel.nl (uit 1998) en www.raph.nl (uit 2001), wachten inmiddels al jaren op groot onderhoud. Raph werkt voor z’n brood bij het programmabureau Advies Overheid.nl. Werk en hobby lopen bij hem voortdurend in elkaar over.

Publicatiedatum: 17 januari 2007

Let op

Naar Voren is op 18 juli 2010 gestopt met publiceren. De artikelen staan als een soort archief online. Het kan dus zijn dat de informatie verouderd is en dat er inmiddels veel betere of makkelijkere manieren zijn om je doel te bereiken.

Copyright © 2002-2012 » NAAR VOREN en de auteurs